Praktijk Blaauw
& Bronswijk

ADHD / ADD

Begrip vragen, begrip opbrengen rondom een ADHD-kind (Volwassene)

Onbekend maakt onbemind en dus onbegrepen?
Een schroefje los?
Wanneer is druk té druk?
Alle Dagen Heel Druk (ADHD)
Eerst doen en dan pas denken !

Heinrich Hoffmann( 1845)
gaf een beeld van hyperactiviteit dat lijkt op ons huidige inzicht in dekenmerken ervan:
Vader spreekt, op strengen toon,
Tot zijn kleinen, wilden zoon:
'k Hoop dat Philip nu eens stil
Aan de tafel zitten wil!' . . .
Maar de knaap gehoorzaamt niet;
Hij holdert
En boldert,
Hij rommelt
En schommelt, . . .
ADHD lijkt een modeverschijnsel te zijn, niets is minder waar!
Het aantal gevallen lijkt schrikbarend te zijn toegenomen. Dit wordt geweten aan het'modeverschijnsel'. Natuurlijk is het zo, dat als de aandacht vanuit de diverse media volop wordt gevestigd op het probleem ADHD, dat je hand over hand steeds meer gevallen zult waarnemen. Een enkeling hiertussen zal vanuit een hypochondrische drang ook 'iets' willen hebben (meestal de ouders van een kind). Vanuit onderzoeken en wetenschappelijke literatuur blijkt dat de mogelijke oorzaken van ADHD (want daar weten we nog steeds het fijne niet van) veelzijdig kunnen zijn en juist hierover komt steeds meer informatie vrij. Ook de mogelijkheden van diagnostisering worden steeds omvangrijker, maar gerichter(als je bij de juiste hulpverleners terecht komt; hierover later meer). ADHD staat voor : Attention Deficit Hyperactivity Disorder.
Om een wat zekere diagnose te kunnen stellen wordt gebruik gemaakt van het volgende diagnostische model volgens de zogenoemde DSM-criteria.
DSM staat voor: the American Psychiatric Association's Diagnostic and Statistical Manuel of Mental Disorders.
DSM-III-R criteria voor de aandachtstekortstoornis met hyperactiviteit (ADHD)
(aan een criterium wordt pas voldaan als het gedrag aanmerkelijk vaker voorkomt dan bij de meeste personen van dezelfde mentale leeftijd), dit is een oudere benadering waarbij geen direct onderscheid wordt gemaakt tussen enerzijds concentratiestoornissen en anderzijds de vorm waarbij sprake is van hyperactiviteit en impulsiviteit.

A. Een stoornis met een duur van ten minste 6 maanden waarbij ten minste 8 van de volgende kenmerken aanwezig zijn: (deze items worden vermeld in afnemende mate voor wat betreft het onderscheidend vermogen ten opzichte van de andere stoornissen binnen de groep gedragsstoornissen ("disruptive behavior disorders"). - beweegt vaak onrustig met handen en voeten, of wiebelt in zijn stoel ( bij adolescenten(volwassenen) kan dit beperkt blijven tot een subjectief gevoel van rusteloosheid)
- heeft moeite met blijven zitten als dat nodig is;
- wordt gemakkelijk afgeleid door uitwendige prikkels;
- heeft moeite om bij spelletjes of in een groepssituatie op zijn beurt te wachten;
- gooit vaak het antwoord op vragen eruit voordat deze afgemaakt zijn;
- heeft moeite om instructies volledig te volgen ( niet het gevolg van oppositioneel gedrag of het onvermogen om iets te begrijpen), kan bijvoorbeeld geen karweitjes afmaken;
- heeft moeite om de aandacht bij een taak te houden;
- gaat vaak voor een bezigheid is afgewerkt over op een andere;
- praat vaak aan een stuk door;
- verstoort bezigheden van anderen of dringt zich op, mengt zich bijvoorbeeld zomaar in spelletjes van anderen;
- lijkt vaak niet te luisteren naar wat er tegen hem gezegd wordt (maar hebben juist een overprikkeld gehoor (teveel impulsen van buitenaf binnenkomend);
- raakt vaak dingen kwijt die nodig zijn voor taken of bezigheden op school of thuis (bijvoorbeeld speelgoed, potloden, boeken, huiswerk ...);
- doet lichamelijk gevaarlijke dingen zonder rekening te houden met de mogelijke gevolgen (niet met het doel om opwinding te zoeken), rent bijvoorbeeld de straat over zonder le kijken.

B. Het begin van de stoornis ligt voor het 7e jaar

C. De stoornis voldoet niet aan de criteria van een algemene ontwikkelingsstoornis. Vaak wordt er in de praktijk ook een scheiding of een verdeling aangebracht in twee categorieën: concentratiestoornis en/of hyperactiviteit en impulsiviteit volgens de nieuwere DSM-IV bepaling. Wat betreft het gebrek aan concentratievermogen, moet voor langere tijd sprake zijn van een zestal van de volgende punten:

1. geen aandacht voor details;
2. slechts voor beperkte duur enige concentratie;
3. niet luisteren terwijl er tegen hem/haar wordt gesproken;
4. taken/opdrachten/spelletjes worden niet afgemaakt;
5. weinig organisatievermogen;
6. bewust afzien van moeilijke aandachtstaken (zoals huiswerk)
7. vinden van excuus om opdrachten te maken (bijvoorbeeld verliezen van speelgoed of pen);
8. snel afleidbaar;
9. vergeetachtig. Wat betreft de hyperactiviteit, moet voor langere tijd een zestal van de volgende punten aanwezig zijn: 1. beweeglijkheid (handen, voeten, "speldenkussen-zitten");
2. ongevraagd van tafel gaan en niet op de plaats blijven zitten in de klas;
3. rennen en klimmen wanneer dat ongewenst of gevaarlijk is;
4. onrust en lawaai bij het spel;
5. voortdurend in actie;
6. onafgebroken praten;
7. antwoord geven voordat de vraag volledig gesteld is;
8. onderbreken van gesprek of verhaal;
9. zich opdringen in spel of gesprek van anderen.

Ervaring
De verhalen uit de praktijk spreken vaak boekdelen. Vooral de barricades die genomen moeten worden voor ouders en kind met ADHD, alvorens op de goede plek terecht te zijn gekomen waar:
- goed naar het kind wordt gekeken en geluisterd;
- goed naar de ouders wordt geluisterd;
- gelet wordt op niet alleen de thuissituatie, maar ook de sociale omgang op straat, de schoolsituatie, etc. rondom het kind;
- het hele verloop van de ontwikkeling van het kind (vanaf de foetale ontwikkeling) wordt gevolgd;
- een goede inschatting wordt gemaakt wat het kind en de andere gezinsleden onder die omstandigheden (dag en nacht) moeten doormaken;
- je niet opnieuw van het kastje naar de muur wordt gestuurd;
- niet wordt afgewacht, maar een interventietherapie wordt opgesteld, bedoeld voor zowel het kind maar ook voor de ouders.

Utopie?
Het moment te mogen meemaken waarbij kinderen en ouders de juiste aandacht, een goede en uitgebreide diagnostiek, eventuele vervolgverwijzing en een individuele behandeling krijgen. Begrip Het opbrengen van begrip door omstanders is onontbeerlijk. Dat niet alleen, maar ook dit toepassen in de praktijk is van essentieel belang. Bijvoorbeeld kinderen waar het ADHD-kind mee in contact komt zodanig te informeren dat er op een juiste wijze met elkaar gespeeld kan worden. De desbetreffende ouders van deze kinderen zouden dit in eerste instantie op zich moeten nemen.Enkele voorbeelden van situaties: - als kinderen iets uithalen, zullen zij op een gegeven moment stoppen. Een ADHD-kind zal geen 'rem' kunnen vinden en dóórgaan. Dit leidt vaak tot het esclaren van een situatie en het krijgen van de schuld (indien van toepassing) van alles wat is misgegaan.
voorbeeld:
een ADHD-kind zal in een situatie geen gevaren zien en vaak niet heimelijk iets uithalen. Op het moment dat een oudere (bv een ouder) erbij komt, zullen andere kinderen eieren voor hun geld kiezen en stoppen en het ADHD-kind zal in die situatie, ten overstaan van die ouder, vaak gewoon doorgaan (en dus vaak de schuld krijgen van de ontstane situatie.
voorbeeld:
In zijn algemeenheid geldt dat ADHD-kinderen een goed geheugen hebben. Zodanig, dat als een kind ruzie heeft gemaakt (begonnen is) of iets heeft uitgehaald, het ADHD-kind zelfs na een jaar dit kunnen oproepen, herinneren. Een kind heeft het ADHD-kind in de winter in een bijna dichtgevroren sloot geduwd. Resultaat: natte schoene, sokken en broek, waarvoor het kind niet thuis durft te komen en drie uur met natte kleren buiten blijft rondlopen. Komt uiteindelijk thuis en er wordt (vanwege de kerst) geen verdere actie ondernomen (zegt er zelf ingevallen te zijn. Een jaar later in een gelijke situatie wordt die jongen door het ADHD-kind op dezelfde manier op het half bevroren ijs geduwd. Resultaat: boze ouders aan de deur met de kerst, waarbij duidelijk wordt dat exact een jaar geleden het ADHD-kind door die jongen ook is geduwd).

Pesten op school en daarbuiten
In de klas en op school wordt, als doorlopend project, aandacht besteed aan pesten.
Iedereen weet dat dit een vervelend fenomeen is. ADHD-kinderen worden vaak gepest, omdat ze snel boos kunnen worden (gemaakt). Snel uit de tent te lokken zijn en heel vaak kunnen gaan schelden en trappen of slaan door deze ontstane situatie. Er zal vrijwel NOOIT zonder enige aanleiding teruggescholden of getrapt, geslagen worden.
Voorbeeld:
ADHD-kind wordt bij het spel betrokken en mag vervolgens na een bepaalde tijd niet meer meedoen. Enerzijds doordat er andere kinderen bijkomen (valt dan af), door 'rem'-gebrek, of om een pestsituatie te ontlokken. Door een stickersysteem toe te passen op school, waarbij de betrokken kinderen bij goed gedrag zowel in school als buiten school een sticker per dag kunnen verdienen, zie je een betere situatie ontstaan.
Omdat iedereen aan zijn of haar afspraken wordt gehouden en omdat in de klas een ieder op zijn of haar gedrag wordt aangesproken (sociale controle). Kenmerken waarop gelet kan worden bij de omgang met kinderen onderling:
1. bij boos worden, de situatie niet verder verergeren (stoppen, ieder een kant uit en niet elkaar achterna zitten);
2. elkaar met rust laten en in zijn/haar waarde laten;
3. geen scheldgesprek met elkaar (blijven) voeren;
4. fysiek geweld totaal uit de weg gaan;
5. situatie op school doortrekken in naschoolse tijd (niet pesten);
6. als kinderen niet zelf uit een situatie kunnen komen, er geen andere kinderen bijgehaald moeten worden.
Deze informatie is niet bedoeld om excuses te zoeken voor het gedrag van een ADHD-kind. Verder is deze informatie niet bedoeld om met een vinger te wijzen.
Deze informatie is wel bedoeld om meer inzicht te geven en begrip te kweken bij kinderen en ouders die te maken krijgen met een ADHD-kind en hun ouders/verzorgers.